Theorieën over het leesproces:
- Bottom-upmodel
- Top-downmodel
- Interactieve model
Bottom-upmodel: de lezer begint met waarnemen op elementair niveau.
- Het waarnemen gaat letter voor letter en woord voor woord.
=
Elementaire leeshandeling
Geen concreet beeld. Bij lezen neem je niet precies waar wat er staat, maar woorden vul je aan door kennis en ervaringen.
- We kunnen zinnen sneller lezen dan lossen woorden omdat we bij het lezen gebruik maken van de context.
+
Top-downmodel= de lezer maakt tijdens het lezen gebruik van de voorkennis en de context
- Voorspellen
- Selecteren
- Toetsen
Een lezer kijkt globaal naar een tekst. Geen concreet beeld. Lezers kunnen niet altijd voorspellen.
- Het is soms veel efficiënter om te kijken wat er staat.
Bottom-upmodel + top-downmodel
=
Interactief model: Het leesproces is een interactie tussen het:
- Bottom-upmodel= woord voor woord
- Top-downmodel= voorspellen.
Lezen is een afwisseling tussen woord voor woord lezen en voorspellend lezen.