Leesstrategieën:
- Informatie zoeken (feiten)
- Mening vormen (argumenten)
- Ontspannen (amuseren)
- Handeling uitvoeren (hoe?)
2. Leggen en afleiden van verbanden relaties leggen tussen woorden en zinnen binnen en buiten de tekst:
↓
Taaldenkrelaties: fonologische relaties in een tekst
- vraag-antwoord structuur: ?
- Chronologische volgorde: tijdsvolgorde
- Voorbeelden: Zoals
- Vergelijken: .... dan ....
- Middel doel relaties: Met ... kan je .....
- Voorwaardelijke structuren: ...... als......
3. Informatie voorspellen: Verwachting over het verloop van de tekst.
- Door de titel, plaatjes en voorkennis.
4. Voorstelling maken: de tekst visualiseren/ beelden vormen in je hoofd.
5. Structuur opsporen: opbouw van een tekst relaties leggen tussen delen in de tekst.
- Vormgeving (kopjes/ alineas)
-Signaal woorden
- Vaste structuren.
6. Tekstsoorten herken: Welke tekstsoort bevat de tekst
- Fictie (fantasie)
- Non -fictie (werkelijkheid)